Tag: ISO 27701

  • De DPIA werd pas gestart toen het besluit al genomen was

    De DPIA werd pas gestart toen het besluit al genomen was

    Waarom een DPIA alleen werkt als je hem inzet vóór de keuze

    Het besluit was in feite al genomen. De leverancier was gekozen, de planning stond vast en de communicatie lag klaar. Tijdens een laatste check kwam de vraag alsnog op tafel: “Moeten we hier niet ook een DPIA voor doen?”

    Niemand bedoelde het verkeerd. In tegendeel. Het voelde zorgvuldig. Privacy werd serieus genomen, risico’s kregen aandacht en de juiste mensen werden betrokken. De DPIA werd ingepland, ingevuld en vastgelegd. Formeel klopte alles.

    Maar inhoudelijk veranderde er niets meer. De uitkomst had geen invloed op het besluit. De risico’s werden beschreven, maar niet afgewogen. De keuzes lagen a vast. Eigenlijk wist iedereen dat dit document niets meer zou veranderen.

    En precies daar gaat het vaak mis.

    De DPIA als sluitstuk

    In veel organisaties wordt de DPIA benaderd als een verplicht document. Iets dat je moet hebben zodra een project persoonsgegevens raakt. Dat leidt tot een herkenbaar patroon. De DPIA komt laat in het traject, wanneer richting en keuzes al zijn bepaald. De vragen voelen abstract, omdat ze geen ruimte meer krijgen om iets te beïnvloeden. De uitkomst wordt geaccepteerd, maar zelden gebruikt.

    Formeel is er niets fout gegaan. Er ligt een DPIA, hij is beoordeeld en goedgekeurd. Maar als instrument heeft hij weinig toegevoegd. De DPIA legitimeert een bestaand besluit in plaats van dat hij helpt om het besluit beter te nemen.

    Dat is geen juridisch probleem. Het is een governancevraagstuk.

    Wat een DPIA eigenlijk hoort te zijn

    Een DPIA is geen checklist en geen juridisch schild. In de kern is het een gestructureerd moment van twijfel. Een expliciete pauze waarin je zegt: we willen begrijpen wat de gevolgen zijn van de keuzes die we nu maken.

    Een goede DPIA draait daarom niet om formuleringen, maar om het expliciet maken van aannames en consequenties. Welke aannames doen we over gebruik en toegang? Welke risico’s accepteren we bewust, en welke niet? Wat gebeurt er als gegevens anders worden gebruikt dan we nu voorzien?

    Dat zijn geen juridische vragen. Het zijn vragen over besluitvorming.

    Privacy governance in de praktijk

    Hier raakt de DPIA aan privacy governance. Niet als beleid of papieren structuur, maar als dagelijkse praktijk. Privacy governance gaat niet over wie het document invult, maar over wie de afweging maakt.

    In veel organisaties wordt privacy belegd bij één persoon. Soms is dat een formele rol, soms degene die het er “bij doet”. Die persoon vult de DPIA in, geeft feedback en archiveert het document. De rest van de organisatie haakt af.

    Het gevolg is voorspelbaar. Privacy wordt iets dat geregeld moet worden, niet iets dat gezamenlijk wordt afgewogen.

    Goede privacy governance ziet er anders uit. Dan is de DPIA geen solistische exercitie, maar een gesprek tussen verschillende perspectieven. Degene die wil versnellen. Degene die verantwoordelijk is voor risico’s. Degene die de impact op betrokkenen overziet. Niet om consensus af te dwingen, maar om zichtbaar te maken waar spanning zit en welke keuzes daarachter schuilgaan.

    Waarom te laat zo hardnekkig is

    Dat DPIA’s vaak laat worden gestart, komt zelden door onwil. Het is een logisch gevolg van hoe projecten lopen. Eerst wil men vooruit. Pas daarna volgt de verantwoording.

    Bij privacy werkt dat echter averechts. Zodra een besluit is genomen, verandert de rol van de DPIA onbewust. Hij wordt geen stuurinstrument meer, maar een verdedigingsdocument. Alles wat de gekozen richting ter discussie zou kunnen stellen, voelt dan als een risico voor voortgang.

    Dat hoor je terug in formuleringen als “dit risico accepteren we”, “de kans is klein” of “anderen doen dit ook zo”. Niet per definitie onjuist, maar vaak niet onderbouwd. De DPIA legt vooral de conclusie vast, niet het denkproces dat eraan voorafging.

    Juist daarom is timing cruciaal. Een DPIA krijgt pas waarde als er nog ruimte is om alternatieven te overwegen. Denk aan een andere inrichting van toegang, een korte bewaartermijn, een aangepaste configuratie of een andere leverancier. Als die opties niet meer bespreekbaar zijn, documenteer je vooral wat al besloten is.

    De misvatting van “we zijn compliant”

    Een hardnekkige denkfout is dat een ingevulde DPIA gelijkstaat aan compliant zijn. In werkelijkheid zegt een DPIA niets over goed of fout. Hij laat alleen zien dat er is nagedacht, of dat in ieder geval wordt gesteld dat er is nagedacht.

    In praktijkvragen, klantbeoordelingen en audits gaat het steeds vaker over de onderbouwing achter keuzes. Waarom is dit risico acceptabel? Wie heeft dat besloten? En op basis waarvan?

    Zonder die context blijft een DPIA een leeg bewijsstuk.

    De relatie met risicomanagement

    Hier sluit de DPIA aan op een breder patroon. In veel organisaties worden risicoanalyses opgesteld, maar zelden gebruikt. Ze bestaan in documenten, niet in besluitvorming. De DPIA vormt daarop geen uitzondering.

    Wanneer risico’s niet zichtbaar worden verbonden aan keuzes, blijven ze abstract. Ze leven in rapporten, niet in gedrag. Een DPIA die geen invloed heeft op besluiten, draagt niet bij aan beheersing, maar alleen aan archivering.

    Organisaties die de DPIA wél serieus nemen, behandelen hem als onderdeel van hun bredere afwegingskader. Niet losstaand, maar in samenhang met andere risico’s, belangen en verantwoordelijkheden.

    Wat dit vraagt in de praktijk

    Een DPIA die werkt, vraagt geen extra stappen, maar een andere timing en houding. Niet de vraag of hij is ingevuld, maar of dit het juiste moment is om risico’s zichtbaar te maken.

    Dat betekent eerder beginnen, voordat alles vastligt. Het betekent meerdere perspectieven betrekken. En het betekent accepteren dat de uitkomst soms ongemakkelijk kan zijn.

    Wie dat aandurft, merkt dat een DPIA geen rem hoeft te zijn. Het wordt een manier om verantwoordelijkheid te nemen, keuzes uit te leggen en vertrouwen op te bouwen.

    Tot slot

    De DPIA is geen administratieve last en geen juridisch obstakel. Het is een instrument om betere besluiten te nemen, mits hij wordt ingezet waarvoor hij bedoeld is.

    Wanneer de DPIA onderdeel is van het besluit zelf, helpt hij om keuzes bewust te maken in plaats van ze achteraf te verdedigen. Daar begint privacy governance in de praktijk.

    Verder lezen

  • PIMS of ISMS: wat past bij jouw organisatie?

    PIMS of ISMS: wat past bij jouw organisatie?

    Stel: een sollicitant stuurt een net verzoekje. Of hij even zijn eigen gegevens mag inzien. Geen gekke vraag – onder de AVG heb je daar als betrokkene recht op. Maar intern ontstaat direct onrust. Want waar die gegevens precies staan, wie er toegang toe heeft, of er iets is doorgestuurd naar een derde partij? Dat blijkt lastiger te achterhalen dan gedacht.

    Veel organisaties komen op dit punt tot dezelfde conclusie: er is wel iets geregeld, maar grip op privacy ontbreekt. En dan duiken termen op als ISMS, PIMS, ISO 27001, ISO 27701. Inclusief bijbehorende verwarring. Want wat is het verschil? En belangrijker nog: wat heb jij nodig?

    Informatiebeveiliging is breder dan privacy

    Een ISMS – Information Security Management System – is een raamwerk van afspraken, processen en verantwoordelijkheden waarmee je informatie structureel beschermt. Daarbij gaat het niet alleen om persoonsgegevens, maar om álle waardevolle informatie binnen je organisatie: klantgegevens, technische documenten, rapportages, financiële overzichten, en nog veel meer.

    De norm die daarbij hoort is ISO 27001. Binnen dat kader regel je zaken als toegangsbeheer, back-upbeleid, logging en continue monitoring. Alles draait om vertrouwelijkheid, integriteit en beschikbaarheid van informatie. Maar of je die informatie überhaupt mag verwerken? Dat is een andere vraag.

    Privacy stelt andere eisen

    Een PIMS – Privacy Information Management System – benadert informatiebeveiliging vanuit de AVG. Hier ligt de nadruk niet op technische maatregelen, maar op juridische grondslagen en verantwoordelijkheden. Mogen we deze gegevens verzamelen? Met welk doel? Voor hoelang? Wie is verantwoordelijk als iemand om verwijdering vraagt?

    Een PIMS helpt je om zulke vragen gestructureerd te beantwoorden en na te leven. Denk aan verwerkingsregisters, DPIA’s, bewaartermijnen, toestemmingsbeheer en procedures voor inzageverzoeken. De ISO 27701-norm sluit hierop aan: als uitbreiding op ISO 27001 biedt die een structurele aanpak voor privacybeheer. Niet verplicht, maar wel een krachtig hulpmiddel om aan te tonen dat je de AVG serieus neemt.

    Wat past bij jouw situatie?

    Dus terug naar die sollicitant die om inzage vroeg: had je daar een procedure voor, of moest je het bij elkaar zoeken?

    Voor organisaties die vooral werken met persoonsgegevens – zoals HR-dienstverleners, zorgaanbieders of SaaS-platforms – is het logisch om te beginnen met privacystructuur. Dat betekent: je PIMS op orde. Voor bedrijven die daarnaast werken met andere vertrouwelijke informatie, zoals projectplannen, R&D-data of klantstrategieën, is een ISMS minstens zo belangrijk.

    In de praktijk blijkt: het is geen kwestie van kiezen. Privacy en informatiebeveiliging zijn geen gescheiden domeinen. Ze grijpen in elkaar. Je kunt toegang goed geregeld hebben (ISMS), maar als je geen grondslag hebt voor de verwerking (PIMS), loop je alsnog risico. En andersom.

    Structuur begint vóór certificering

    Het goede nieuws: je hoeft niet te wachten op een certificaat om aan de slag te gaan. Wat je wél nodig hebt, is een aanpak waarmee je afspraken vastlegt, verantwoordelijkheden toewijst, processen bewaakt en bijhoudt wat er gebeurt. Van verzoeken tot incidenten, van taken tot auditacties.

    Dat is precies waar CompliTrack op is ingericht. De tool helpt je om:

    • AVG-verzoeken en incidenten vast te leggen en op te volgen,
    • Taken rondom compliance te automatiseren en te structureren,
    • Auditprocessen efficiënt uit te voeren én af te ronden met concrete acties.

    Geen verwerkingsregister, geen beleidsbibliotheek, wel overzicht, actiegerichtheid en continuïteit. Daarmee leg je de basis voor grip. Of je nu begint bij informatiebeveiliging of privacy.

    Het begint bij kiezen wat je nú nodig hebt

    Of je nou werkt met sollicitanten, klanten, patiëntgegevens of interne projectinformatie, je draagt verantwoordelijkheid voor hoe je die informatie beheert, beveiligt en verwerkt. En dat vraagt keuzes.

    Een ISMS helpt je risico’s op cyberincidenten beheersbaar te maken. Een PIMS helpt je voldoen aan de privacywet. Maar wat je vandaag vooral nodig hebt, is een aanpak die werkt in jouw praktijk. En die hoeft niet perfect te beginnen, als je maar begint.

    De eerste stap? Bepalen waar je grootste risico ligt. De tweede? Iets opzetten wat je morgen kunt gebruiken.

    Lees ook:

  • Wat we leerden van een klantincident: waarom een PIMS geen luxe is

    Wat we leerden van een klantincident: waarom een PIMS geen luxe is

    Een middelgroot adviesbureau in de zakelijke dienstverlening stuurde per ongeluk een Excel-bestand met persoonsgegevens naar de verkeerde klant. Wat volgde was een klassiek AVG-datalek: onbedoeld gedeelde klantinformatie, stress over meldplichten, onzekerheid over procedures – en uiteindelijk de conclusie dat het bestaande privacybeleid vooral op papier bestond.

    Het was een confronterend moment voor deze organisatie, die nota bene zelf diensten aanbiedt op het gebied van digitalisering en gegevensverwerking. Wat ze dachten geregeld te hebben, bleek in praktijk nauwelijks gevolgd.

    En ze zijn bepaald niet de enige.

    Wanneer privacybeleid geen bescherming biedt

    Veel organisaties hebben tegenwoordig wél een privacyverklaring, een verwerkersovereenkomst en een paar algemene richtlijnen. Maar als je eenmaal te maken krijgt met een incident – of met een klant die vragen stelt over je databeheer – merk je al snel dat losse documenten geen bescherming bieden.

    Wat ontbreekt, is structuur. Niet de intentie om privacy serieus te nemen, maar de vertaalslag naar processen, eigenaarschap en toezicht.

    Precies daar komt een PIMS in beeld.

    Wat is een PIMS?

    Een Privacy Information Management System (PIMS) helpt organisaties om de verwerking van persoonsgegevens aantoonbaar te organiseren, beoordelen en verbeteren. Het biedt structuur, overzicht en herhaalbaarheid.

    Een goed PIMS geeft antwoord op vragen als:

    • Wie verwerkt welke persoonsgegevens?
    • Waar liggen de grootste risico’s?
    • Hoe worden datalekken geregistreerd en afgehandeld?
    • Welke maatregelen zijn gekoppeld aan welke risico’s?
    • Is er toezicht op naleving en bewustzijn?

    Een PIMS is geen extra bureaucratische laag. Het is juist het fundament onder professioneel privacybeheer – zeker voor organisaties die willen voldoen aan de AVG of werken richting ISO 27701.

    De casus: wat ging er mis?

    In dit specifieke geval werd een bestand met persoonsgegevens gemaild naar een verkeerd contact. Er was geen bestandscodering, geen automatische waarschuwing, en geen tweekoppige controle bij verzending. Binnen een kwartier was de fout helder – en de gevolgen serieus.

    Wat bleek:

    • Er was geen actueel verwerkingsregister.
    • Incidenten werden niet structureel geregistreerd of geëvalueerd.
    • Er waren geen duidelijke rollen en taken bij privacybeheer.
    • Bewustwordingstrainingen waren eenmalig – en twee jaar geleden.

    De organisatie handelde correct: ze voerden een interne beoordeling uit, documenteerden het incident en kozen ervoor om het datalek te melden bij de toezichthouder. Maar belangrijker: het was een wake-up call. Geen paniek, geen boete – maar wel reputatieschade bij een klant.

    Wat een PIMS had kunnen voorkomen

    Als de organisatie had gewerkt met een gestructureerd PIMS, hadden ze:

    • Automatisch inzicht gehad in welke risico’s aan welke processen gekoppeld zijn.
    • Bewustwordingstrainingen jaarlijks kunnen opvolgen en documenteren.
    • Incidenten kunnen registreren, evalueren en koppelen aan verbetermaatregelen.
    • Een verwerkingsregister paraat gehad voor de klantvraag én voor zichzelf.
    • Een vast incident response-plan gehad, inclusief verantwoordelijkheden en checklists.

    Met andere woorden: ze hadden niet hoeven improviseren onder druk.

    De rol van tooling

    Een PIMS hoeft niet groot, duur of complex te zijn. Juist kleinere organisaties profiteren van een lichtgewicht oplossing met heldere processen. In dit geval koos het adviesbureau na het incident voor een gestroomlijnde GRC-tool (CompliTrack), waarmee ze o.a.:

    • DPIA’s standaard onderdeel maakten van projectstart.
    • Incidenten en verbeteracties automatisch volgden.
    • Rollen en taken rondom privacybeheer vastlegden.
    • Inzicht kregen in maatregelen per verwerkingsactiviteit.

    Binnen drie maanden stonden ze er organisatorisch én auditmatig beter voor dan ooit.

    Conclusie: privacy is geen paragraaf, maar een proces

    Datalekken zijn zelden het gevolg van slechte bedoelingen. Maar ze leggen wel pijnlijk bloot waar processen ontbreken. Privacybeleid is belangrijk – maar zonder structuur, eigenaarschap en opvolging is het geen bescherming, maar schijnzekerheid.

    Een PIMS brengt rust, overzicht en aantoonbare naleving. En met de juiste tooling is het eenvoudiger dan veel organisaties denken.

    Meer lezen?

    Meer weten over hoe CompliTrack privacy structureel ondersteunt?

    Neem vandaag nog contact met ons op om een demo te plannen.

  • Van DPIA tot PIA: Privacybeoordelingen begrijpelijk uitgelegd

    Van DPIA tot PIA: Privacybeoordelingen begrijpelijk uitgelegd

    Wanneer je werkt met persoonsgegevens, is het belangrijk om stil te staan bij de risico’s voor de privacy van betrokkenen. Zeker voor organisaties die werken aan certificering volgens ISO 27701 – de privacy uitbreiding op ISO 27001 – zijn privacy impact assessments (PIA’s) en data protection impact assessments (DPIA’s) cruciale instrumenten. Maar wat is nu eigenlijk het verschil? Wanneer voer je welke uit? En hoe helpt een GRC-tool zoals CompliTrack je hierbij?

    DPIA en PIA: wat is het verschil?

    Laten we bij het begin beginnen.

    PIA staat voor Privacy Impact Assessment. Dit is een breed begrip dat verwijst naar een beoordeling van privacyrisico’s binnen een project, proces of systeem waarin persoonsgegevens worden verwerkt. Het doel van een PIA is om inzicht te krijgen in privacyrisico’s, en deze waar mogelijk te mitigeren.

    DPIA is een specifieke vorm van een PIA, namelijk een Data Protection Impact Assessment, zoals voorgeschreven door de Algemene Verordening Persoonsgegevens (AVG). Een DPIA is verplicht in situaties waarin gegevensverwerkingen waarschijnlijk een hoog risico inhouden voor de rechten en vrijheden van natuurlijke personen. Denk bijvoorbeeld aan grootschalige monitoring, profiling of verwerking van gevoelige gegevens.

    Wat zegt de AVG over DPIA’s?

    De AVG (artikel 35) stelt duidelijke eisen aan een DPIA:

    • Een systematische beschrijving van de verwerkingen.
    • De doeleinden van de verwerking.
    • De gerechtvaardigde belangen van de verwerkingsverantwoordelijke.
    • Een beoordeling van de noodzaak en proportionaliteit.
    • Een analyse van risico’s voor betrokkenen.
    • De beoogde maatregelen om deze risico’s te beperken.

    De Autoriteit Persoonsgegevens biedt bovendien een lijst met verwerkingen waarvoor een DPIA verplicht is.

    TIP: Kijk ook eens naar de blog van 15 december 2024 over Business Impact Analyses, waarin het beoordelen van gevolgen al aan bod kwam in bredere context.

    De koppeling met ISO 27701

    ISO 27701 bouwt voort op ISO 27001 en biedt een raamwerk voor het beheren van persoonsgegevens binnen een informatiebeveiligingsmanagementsysteem (ISMS). In tegenstelling tot de AVG, die juridisch bindend is, is ISO 27701 een normatief raamwerk. Het vereist geen specifieke DPIA, maar stelt wél dat organisaties moeten kunnen aantonen hoe zij privacyrisico’s beheersen.

    Concreet stelt ISO 27701:

    • Dat je privacyrisico’s systematisch moet identificeren
    • Dat je moet documenteren hoe deze risico’s worden beoordeeld.
    • Dat je passende technische en organisatorische maatregelen neemt.
    • Dat je betrokkenen informeert en hun rechten respecteert.

    Een goede DPIA of PIA helpt dus aantoonbaar bij het voldoen aan ISO 27701 – én aan de AVG.

    In vijf stappen naar een effectieve DPIA of PIA

    Hieronder een praktisch stappenplan voor het uitvoeren van een PIA of DPIA, waarmee je als organisatie direct aan de slag kunt:

    1. Breng de gegevensverwerking in kaart

    Start met een beschrijving van de gegevensverwerking:

    • Welke gegevens worden verzameld?
    • Voor welk doel?
    • Wie heeft toegang?
    • Hoe lang worden de gegevens bewaard?

    Gebruik bij voorkeur een verwerkingsregister als basis. Binnen CompliTrack kun je hiervoor eenvoudig een template aanmaken in je documentatiebeheer.

    2. Beoordeel de noodzaak en proportionaliteit

    Is het echt nodig om deze gegevens te verwerken? Kun je het doel ook bereiken met minder of andere gegevens? Dit helpt je om ‘privacy by design’ toe te passen – een belangrijk principe binnen zowel de AVG als ISO 27701.

    Effectief risicobeheer met CompliTrack

    3. Analyseer de risico’s

    Hier inventariseer je de mogelijke risico’s voor betrokkenen. Denk aan:

    • Onrechtmatige toegang (datalek)
    • Misbruik van gevoelige informatie
    • Reputatieschade
    • Discriminatie of uitsluiting

    Maak gebruik van een risciomatrix zoals ook besproken in de blog van 10 september over risicoanalyse, om kans en impact te bepalen.

    4. Stel beheersmaatregelen op

    Denk aan versleuteling, pseudonimisering, toegangscontrole of het beperken van bewaartermijnen. Maak je maatregelen concreet en wijs verantwoordelijken toe.

    5. Documenteer en evalueer

    Een goede DPIA is geen momentopname, maar een levend document. Herzie deze periodiek, bijvoorbeeld jaarlijks of bij grote wijzigingen.

    Binnen CompliTrack kun je deze herziening eenvoudig borgen via de audit- of takenmodule. Zo voorkom je dat evaluaties vergeten worden en blijf je aantoonbaar compliant.

    Hoe helpt GRC-software zoals CompliTrack?

    Voor veel kleinere organisaties is het uitvoeren van een volledige DPIA best een uitdaging. GRC-software zoals CompliTrack maakt dit proces behapbaar:

    • Takenbeheer: begeleid het hele PIA- of DPIA-proces stapgewijs, inclusief notificaties en verantwoordingsstappen.
    • Auditmodule: plan en volg periodieke evaluaties van uitgevoerde PIA’s en bewaak de follow-up op verbetermaatregelen.
    • Documentbeheer: leg PIA’s en DPIA’s gestructureerd vast, gekoppeld aan processen of projecten.
    • Risicobeheer: gebruik bestaande risicomatrices voor impactanalyse van privacyrisico’s – afgestemd op jouw ISO-framework.

    Zo wordt privacyrisicobeheer geen losse exercitie, maar een geïntegreerd onderdeel van je bredere GRC-aanpak. Dat sluit ook naadloos aan op eerdere inzichten uit de blog van risicoanalyse naar actie van 2 maart 2025.

    Klaar om jouw privacybeheer te professionaliseren?

    Wil je aan de slag met privacy impact assessments, maar weet je niet waar te beginnen? Of wil je weten hoe CompliTrack jouw organisatie concreet kan ondersteunen bij ISO 27701 en AVG-compliance?

  • Van risicoanalyse naar actie: De volgende stap in effectief risicobeheer

    Van risicoanalyse naar actie: De volgende stap in effectief risicobeheer

    Je hebt een risicoanalyse uitgevoerd en inzicht gekregen in de belangrijkste bedreigingen voor jouw organisatie. Maar hoe zorg je ervoor dat deze inzichten niet alleen op papier blijven staan? De echte uitdaging ligt in de implementatie: het omzetten van risicoanalyses naar concrete verbetermaatregelen die jouw organisatie veiliger en veerkrachtiger maken.

    In dit artikel bespreken we hoe je effectief aan de slag gaat met de opvolging van risicoanalyses en geven we praktische handvatten om risicobeheer structureel te verbeteren.

    Stap 1: Van analyse naar actieplan

    Een risicoanalyse zonder opvolging is als een diagnose zonder behandeling. Om daadwerkelijk impact te maken, moet je een actieplan opstellen en zorgen voor een gestructureerde uitvoering.

    Hoe pak je dit aan?

    • Prioriteer risico’s: Gebruik een risicomatrix om te bepalen welke risico’s als eerste moeten worden aangepakt. Maak hierbij onderscheid tussen hoge, middelgrote en lage risico’s.
    • Bepaal beheersmaatregelen: Kies voor een mix van preventieve, detectieve en correctieve maatregelen. Denk hierbij aan technische maatregelen (zoals firewall-instellingen), organisatorische maatregelen (zoals beleid en procedures) en personele maatregelen (zoals trainingen en bewustwordingscampagnes).
    • Maak een duidelijk actieplan: Definieer acties, stel deadlines vast en wijs verantwoordelijkheden toe. Gebruik een format met de kolommen: risico, maatregel, verantwoordelijke, deadline en status.
    • Gebruik een centraal systeem: Door alle maatregelen in een GRC-tool als CompliTrack vast te leggen, zorg je voor overzicht en opvolging.

    Voorbeeld

    Een organisatie signaleert dat phishing-aanvallen een toenemend risico vormen. Om dit te beheersen, voert de organisatie de volgende maatregelen door:

    1. Technisch: Strengere e-mailfilters en DMARC-configuratie.
    2. Organisatorisch: Een nieuw beleid voor veilige e-mailcommunicatie.
    3. Personeel: Trainingen voor medewerkers en testcampagnes met gesimuleerde phishing-e-mails.
    4. Controle: Periodieke evaluatie van het aantal succesvolle phishing-aanvallen.

    Stap 2: Borging in de organisatie

    Een eenmalige actie is niet voldoende om risico’s blijvend te beheersen. Risicomanagement moet een vast onderdeel van de organisatiecultuur worden.

    Hoe doe je dat?

    • Maak risicobeheer onderdeel van werkprocessen: Definieer duidelijke protocollen en zorg ervoor dat risicobeheer wordt meegenomen in bestaande workflows, zoals change management en leveranciersbeheer.
    • Stimuleer eigenaarschap: Betrek medewerkers bij het proces en wijs duidelijke verantwoordelijkheden toe. Dit kan via een RACI-matrix waarin je aangeeft wie verantwoordelijk, aansprakelijk, te consulteren en geïnformeerd moet worden.
    • Gebruik terugkerende controles: Stel periodieke evaluaties in om de effectiviteit van maatregelen te monitoren. Gebruik KPI’s zoals het aantal geïdentificeerde risico’s versus het aantal opgeloste risico’s.

    Voorbeeld

    Een IT-bedrijf voert periodieke security-audits uit en gebruikt CompliTrack om verbeteracties op te volgen. Iedere maand wordt er een review gehouden met IT en security om te beoordelen of maatregelen effectief zijn.

    Stap 3: Van incidenten leren

    Incidenten bieden waardevolle inzichten in zwakke plekken binnen de organisatie. Door incidenten systematisch te registreren en te analyseren, kun je het risicobeheer continu verbeteren.

    Hoe pak je dit aan?

    • Registreer incidenten direct in een centraal systeem: Maak het melden van incidenten laagdrempelig door een eenvoudig meldformulier te implementeren.
    • Analyseer trends en patronen: Gebruik root cause analysis (RCA) om onderliggende oorzaken van incidenten te achterhalen.
    • Pas je risicomanagementstrategie aan op basis van incidenten: Zorg ervoor dat incidenten leiden tot verbeterde maatregelen en niet slechts incident-afhandeling zonder structurele oplossingen.

    Voorbeeld

    Een organisatie merkt een stijging in datalekken door menselijke fouten. Om dit aan te pakken, worden de volgende maatregelen genomen:

    1. Analyse: RCA wijst uit dat medewerkers gevoelige gegevens per ongeluk mailen naar externe partijen.
    2. Maatregel: Implementatie van DLP (Data Loss Prevention) software die gevoelige data herkent en waarschuwingen geeft.
    3. Training: Medewerkers krijgen een verplichte training over veilig omgaan met gegevens.
    4. Controle: Periodieke audits en simulaties worden uitgevoerd om de effectiviteit te meten.

    Stap 4: Risicobeheer koppelen aan strategische doelstellingen

    Effectief risicobeheer ondersteunt de bredere bedrijfsstrategie. Door risico’s en beheersmaatregelen af te stemmen op organisatiedoelstellingen, creëer je een solide basis voor groei en continuïteit.

    Hoe doe je dit?

    • Koppel risico’s aan strategische doelen: Denk aan compliancy-doelstellingen zoals ISO 27001, NIS2 of AVG.
    • Beoordeel de impact van risico’s op organisatiedoelen: Gebruik impactanalyses om te bepalen welke risico’s een bedreiging vormen voor lange termijn doelen.
    • Gebruik KPI’s om de voortgang te meten: Definieer meetbare indicatoren zoals ‘aantal succesvolle security-audits’ of ‘percentage geïdentificeerde risico’s met een beheersmaatregel’.

    Voorbeeld

    Een organisatie die zich voorbereidt op ISO 27001-certificering gebruikt CompliTrack om risico’s, maatregelen en controles te monitoren. Hierdoor kunnen ze audits efficiënter doorlopen en aantonen dat ze in control zijn.

    Conclusie: Van risicoanalyse naar continu risicobeheer

    Risicobeheer is geen eenmalige oefening, maar een doorlopend proces. Door risicoanalyses om te zetten in concrete acties, opvolging te borgen en te leren van incidenten, zorg je ervoor dat risicomanagement een integraal onderdeel van je organisatie wordt.

    Checklist voor effectief risicobeheer:

    • Risico’s geprioriteerd en actieplan opgesteld
    • Verantwoordelijkheden en deadlines vastgelegd
    • Periodieke controles ingesteld
    • Incidenten geregistreerd en geanalyseerd
    • Risicobeheer gekoppeld aan strategische doelen

    Wil je weten hoe CompliTrack jouw organisatie kan helpen bij effectief risicobeheer? Neem contact met ons op en ontdek de mogelijkheden!

  • Het verschil tussen PIMS en ISMS: Wat past bij jouw bedrijf?

    Het verschil tussen PIMS en ISMS: Wat past bij jouw bedrijf?

    Als organisatie ontkom je er tegenwoordig niet meer aan: privacy en informatiebeveiliging zijn cruciale onderwerpen. Of je nu persoonsgegevens verwerkt van klanten of gevoelige bedrijfsinformatie beschermt, het is essentieel om deze aspecten goed te managen. Maar hoe pak je dat aan? Moet je kiezen voor een Privacy Information Management System (PIMS) of een Information Security Management System (ISMS)? En hoe verschillen deze twee systemen eigenlijk van elkaar?

    In deze blog bespreken we het verschil tussen PIMS en ISMS, bekijken we welk systeem het beste bij jouw organisatie past, en laten we zien hoe Complitrack kan helpen bij beide.

    Wat is een PIMS?

    Een Privacy Information Management System, kortweg PIMS, is een systeem dat bedrijven helpt om persoonsgegevens volgens de geldende wet- en regelgeving te beheren. Denk hierbij aan de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) in Europa, of de GDPR (General Data Protection Regulation).

    Het primaire doel van een PIMS is het waarborgen van de privacy van individuen en het aantoonbaar voldoen aan privacywetgeving. Dit omvat onder meer:

    • Het beheren van persoonsgegevens: Waar worden gegevens opgeslagen, hoe worden ze gebruikt, en wie heeft er toegang toe?
    • Rechten van betrokkenen: Hoe gaat je organisatie om met verzoeken tot inzage, correctie, of verwijdering van persoonsgegevens?
    • Datalekken: Hoe zorg je ervoor dat datalekken snel worden opgespoord, gemeld, en opgelost?
    • Verwerkersovereenkomsten: Het bijhouden van afspraken met partijen die namens jou persoonsgegevens verwerken.

    Een PIMS is vooral relevant voor organisaties die persoonsgegevens verwerken, zoals klantgegevens, medische gegevens, of werknemersinformatie. Dit maakt een PIMS een essentieel onderdeel van een organisatie die serieus werk maakt van privacybeheer.

    Het verschil tussen PIMS en ISMS wordt hier duidelijk: een PIMS richt zich puur op privacy en persoonsgegevens, terwijl een ISMS verder gaat en alle informatie beveiligt.

    Wat is een ISMS?

    Een Information Security Management System (ISMS) is een breder systeem dat zich richt op het waarborgen van de beveiliging van álle informatie binnen een organisatie. Dit gaat niet alleen om persoonsgegevens, maar ook om bedrijfsgevoelige informatie, financiële data, en intellectueel eigendom.

    De focus van een ISMS ligt op drie belangrijke principes:

    • Beschikbaarheid: Informatie moet toegankelijk zijn wanneer dat nodig is.
    • Integriteit: Informatie moet juist en volledig blijven.
    • Vertrouwelijkheid: Alleen geautoriseerde personen hebben toegang tot informatie.

    Een ISMS helpt organisaties bij het:

    • Identificeren en beheersen van beveiligingsrisico’s.
    • Implementeren van beveiligingsmaatregelen.
    • Zorgen voor compliance met normen zoals ISO 27001.

    Een ISMS is vooral geschikt voor organisaties die werken met gevoelige informatie, zoals financiële instellingen, IT-bedrijven, en overheidsorganisaties.

    Door het verschil tussen een PIMS en een ISMS te begrijpen, kun je beter bepalen welke oplossing past bij de uitdagingen van jouw organisatie.

    Overeenkomsten tussen een PIMS en een ISMS

    Hoewel een PIMS en een ISMS verschillende doelen hebben, zijn er duidelijke overeenkomsten tussen beide systemen:

    1. Compliance: Zowel een PIMS als een ISMS helpen organisaties om te voldoen aan wet- en regelgeving. Een PIMS richt zich specifiek op privacywetgeving (zoals de AVG), terwijl een ISMS vaak breder is en zich ook richt op normen zoals ISO 27001.
    2. Risicomanagement: Beide systemen zijn gericht op het identificeren en beheersen van risico’s, zij het vanuit een andere invalshoek.
    3. Procesmatig werken: Zowel een PIMS als een ISMS vereist een gestructureerde aanpak met duidelijk gedefinieerde processen en verantwoordelijkheden.
    4. Vertrouwen opbouwen: Door privacy en beveiliging serieus te nemen, bouw je vertrouwen op bij klanten, medewerkers, en andere stakeholders.

    Verschillen tussen een PIMS en een ISMS

    Om een goed beeld te krijgen van de verschillen tussen een PIMS en een ISMS, zetten we ze naast elkaar:

    AspectPIMSISMS
    FocusPersoonsgegevens en privacywetgevingAlle soorten informatie en beveiliging
    DoelVoldoen aan privacyregels zoals de AVGWaarborgen van informatiebeveiliging
    ScopeExterne focus (betrokkenen, klanten, werknemers)Interne focus (bedrijfsprocessen en risico’s)
    CertificeringVaak optioneel; AVG compliance is wettelijk vereistCertificering mogelijk, zoals ISO 27001
    RelevantieOrganisaties die persoonsgegevens verwerkenOrganisaties met gevoelige bedrijfsinformatie

    Het is belangrijk te begrijpen dat een PIMS en een ISMS elkaar niet uitsluiten. In veel gevallen vullen ze elkaar juist aan.

    Welk systeem past bij jouw bedrijf?

    De keuze voor een PIMS, een ISMS, of beide hangt af van de aard van je organisatie en je specifieke behoeften:

    • Kies een PIMS als:
      Je organisatie vooral persoonsgegevens verwerkt en je wilt voldoen aan privacyregels zoals de AVG. Denk aan bedrijven in de gezondheidszorg, e-commerce, of HR-dienstverlening.
    • Kies een ISMS als:
      Je organisatie gevoelige informatie beheert die verder gaat dan persoonsgegevens. Dit geldt vaak voor financiële instellingen, dienstverlenende bedrijven, of bedrijven die contracten hebben met overheidsinstellingen.
    • Overweeg beide systemen als:
      Je organisatie zowel persoonsgegevens verwerkt als risico’s wil beheersen rondom bredere informatiebeveiliging. Een goed voorbeeld is een techbedrijf dat klantgegevens opslaat én software ontwikkelt.

    Hoe Complitrack zich positioneert

    Complitrack is ontworpen met het MKB in gedachten en biedt een gebruiksvriendelijke en betaalbare oplossing die de kloof tussen een PIMS en een ISMS overbrugt.

    Functionaliteiten gericht op PIMS:

    • Beheer van datalekken en meldingsprocessen.
    • Documenteren van activiteiten en afspraken met verwerkers.
    • Rapportages die helpen aantonen dat je voldoet aan privacyregels.

    Functionaliteiten gericht op ISMS:

    • Identificeren en beoordelen van beveiligingsrisico’s.
    • Beheer van beveiligingsincidenten en verbetermaatregelen.
    • Overzichtelijke rapportages die compliance met normen ondersteunen.

    Waarom Complitrack ideaal is voor het MKB:

    • Out-of-the-box: Complitrack biedt een standaardoplossing die direct toepasbaar is voor de meeste organisaties.
    • Betaalbaar: Geen complexe of dure implementatietrajecten.
    • Gebruiksvriendelijk: Geen technische kennis vereist om aan de slag te gaan.

    Met Complitrack kun je zonder uitgebreide maatwerkoplossingen direct aan de slag met het verbeteren van je privacybeheer en informatiebeveiliging.

    Conclusie

    Of je nu kiest voor een PIMS, een ISMS of beide, het is belangrijk om goed na te denken over de behoeften van jouw organisatie. Een PIMS helpt je om privacy te waarborgen en te voldoen aan regelgeving zoal de AVG, terwijl een ISMS je ondersteunt bij het beveiligen van alle soorten informatie en het beheersen van risico’s.

    Met Complitrack krijg je het beste van beide werelden: een oplossing die speciaal is ontworpen om het MKB te ondersteunen bij zowel privacybeheer als informatiebeveiliging.

    Meer weten? Ontdek vandaag nog hoe Complitrack jouw organisatie kan helpen om beter te presteren op het gebied van compliance en beveiliging?