Tag: Duurzaamheid

  • CSRD in de praktijk: zo zorg je dat je duurzaamheidsdata echt klopt

    CSRD in de praktijk: zo zorg je dat je duurzaamheidsdata echt klopt

    In de maandagblog zagen we wat er gebeurt wanneer een klant doorvraagt op een duurzaamheidsclaim. De cijfers zagen er netjes uit, maar zodra om bewijs werd gevraagd, viel alles stil. Veel organisaties herkennen dat moment. Niet omdat ze iets willen verdoezelen, maar omdat duurzaamheidsinformatie vaak versnipperd is over verschillende afdelingen en systemen. Het voelt confronterend als je merkt dat een rapport meer op aannames dan op onderbouwde gegevens steunt.

    Met de komst van de CSRD verschuift de nadruk van intentie naar aantoonbaarheid. Het gaat niet alleen om wat je rapporteert, maar vooral om hoe je kunt laten zien dat je informatie klopt. Voor organisaties waar duurzaamheid geen aparte afdeling heeft en mensen dit naast hun gewone werk oppakken, kan dat een flinke uitdaging zijn. Toch hoeft het niet ingewikkeld te worden. De CSRD vraagt niet om perfectie, maar om transparantie en controleerbare data.

    In deze blog laten we zien hoe je zonder zware processen een betrouwbare basis legt. Met duidelijke stappen, herkenbare situaties en een praktische aanpak die past bij kleinere teams.

    De omslag die CSRD vraagt

    Veel organisaties beginnen bij het eindpunt: de rapportage. Dat lijkt logisch. Maar de CSRD vraagt juist om een stevig fundament onder die rapportage. Die informatie moet herleidbaar, controleerbaar en gebaseerd op vaste definities zijn. Dat is vergelijkbaar met financiële gegevens, waar je ook moet kunnen laten zien hoe een cijfer tot stand is gekomen.

    Een belangrijk onderdeel is dat een accountant straks een vorm van assurance geeft. Daarvoor moet hij of zij kunnen nagaan waar de informatie vandaan komt en of de methode navolgbaar is. Dat betekent dat je niet alleen de uitkomst rapporteert, maar het proces erachter inzichtelijk moet maken.

    De Europese Sustainability Reporting Standards (ESRS) bepalen welke onderwerpen relevant kunnen zijn en hoe je daarover rapporteert. Ze schrijven niet voor dat je op ieder onderwerp diep moet rapporteren. Materialiteit bepaalt wat echt belangrijk is. Maar voor de onderwerpen die wél materieel zijn, moet de onderbouwing kloppen. Dat is de essentie.

    Wanneer je basis wankel is

    Veel organisaties ontdekken pas bij de eerste CSRD-stappen dat hun gegevens minder stevig zijn dan gedacht. Dat gebeurt bijvoorbeeld in situaties zoals deze:

    Een directievergadering staat in het teken van de komende duurzaamheidsrapportage. Aan het einde van de vergadering vraagt iemand: “Kunnen we dit met een gerust hart ondertekenen?” In eerste instantie knikt iedereen. Tot de vraag volgt: “Waar komt dit cijfer vandaan?” Dan ontstaat stilte. Verschillende mensen bladeren door bestanden en inboxen. Een collega weet het nog ongeveer, maar niet precies. Bewijs blijkt verspreid te staan in oude Excelbestanden, scans van facturen, exports uit systemen en rapporten van leveranciers.

    Deze situatie is niet uitzonderlijk. In veel organisaties is duurzaamheid een taak die erbij is gekomen. HR levert gegevens aan over personeel, Finance verzamelt energiefacturen, Operations registreert afvalstromen en IT bewaakt datastromen. Iedereen levert een stukje, maar niemand heeft overzicht over het geheel.

    De risico’s ontstaan niet door kwade wil of slordigheid. Ze ontstaan doordat niemand volledig eigenaar is. En zonder eigenaarschap kan niemand garanderen dat de informatie klopt.

    Wat de CSRD écht van je verwacht

    De CSRD vraagt niet dat je cijfers perfect zijn. Ze vraagt dat je uitlegt hoe je tot die cijfers komt. Dat betekent dat je informatie moet kunnen herleiden naar een bron, dat de methode duidelijk is en dat de gegevens controleerbaar zijn. Ook moet je consistentie kunnen garanderen. Wat je dit jaar doet, moet volgend jaar op dezelfde manier kunnen worden gedaan.

    Samengevat moeten duurzaamheidsgegevens:

    • Herleidbaar zijn tot controleerbare bronnen
    • Navolgbaar zijn voor iemand die het proces niet zelf heeft uitgevoerd
    • Gebaseerd zijn op vaste definities en methodes
    • Consistent zijn over de tijd

    Met deze eisen ontstaat een duidelijk beeld: het gaan niet om omvangrijke processen, maar om structuur, duidelijkheid en discipline.

    Hoe je duurzaamheidsdata betrouwbaar maakt

    Wanneer je weet wat de CSRD vraagt, kun je gericht aan de slag. De stappen hieronder passen bij organisaties die zonder grote projectteams werken en de basis zo praktisch mogelijk willen houden.

    1. Breng alle datastromen overzichtelijk in kaart

    Begin klein. Maak een lijst van de gegevens die je nu al hebt, waar ze vandaan komen en wie ze aanlevert. Het hoeft niet perfect te zijn. Het doel is om inzicht te krijgen in de route die data aflegt binnen je organisatie. Vaak wordt meteen zichtbaar waar inconsistenties zitten of waar informatie ontbreekt.

    2. Leg vast hoe gegevens tot stand komen

    Een getal wordt pas betrouwbaar wanneer je kunt uitleggen hoe het is samengesteld. Komt het uit een meter, een factuur, een contract, een systeemexport of een schatting? Leg kort vast hoe een cijfer wordt berekend of gemeten. Dat maakt het mogelijk om volgend jaar dezelfde methode te gebruiken en veranderingen te verklaren.

    3. Plan vaste momenten om gegevens te controleren

    De grootste fout is wachten tot het einde van het jaar. Dan komt alles tegelijk en krijgt iedere onduidelijkheid het karakter van een probleem. Door per kwartaal of zelfs per half jaar te controleren, ontstaat rust. Kleine afwijkingen worden snel zichtbaar en kunnen eenvoudig worden opgelost. Daardoor wordt het rapportageproces minder stressvol en minder foutgevoelig.

    4. Koppel bewijs aan je gegevens

    Een cijfer zonder bewijs is slechts een bewering. Door bewijs direct te koppelen aan het datapunt ontstaat controleerbaarheid. Bewijs kan een factuur zijn, een meetrapport, een export uit een applicatie of een bevestigde schatting. Het gaat erom dat het bij het cijfer hoort en meebeweegt wanneer iemand het wil controleren.

    5. Leg eigenaarschap vast in rollen

    Veel organisaties leunen op één of twee medewerkers die “alles weten”. Dat werkt zolang zij beschikbaar zijn. Maar zodra iemand functioneel verandert of met vakantie is, komt het proces stil te liggen. Door eigenaarschap te koppelen aan rollen in plaats van personen, blijft het proces stabiel. Het wordt minder afhankelijk van individuele kennis en beter overdraagbaar.

    Waarom tooling het proces eenvoudiger maakt

    Veel duurzaamheidsinformatie wordt nog steeds beheerd in Excel. Dat is begrijpelijk, maar het maakt herleidbaarheid en versiebeheer lastig. In Excel is het moeilijk om te zien wie wanneer iets heeft aangepast en welke versie de juiste is. Het maakt opvolging kwetsbaar en kan tot discussies leiden wanneer audits dichterbij komen.

    Een lichtgewicht GRC-tool zoals CompliTrack biedt structuur zonder het proces zwaarder te maken. Het helpt om data, bewijs en verantwoordelijkheden centraal vast te leggen. Dat is vooral prettig voor compacte organisaties die geen complete projectstructuur kunnen optuigen. Het gaat niet om automatisering om de automatisering. Het gaat om overzicht. Eén plek waar je ziet wat ontbreekt, wat afgerond is en wat aandacht vraagt. Dat geeft rust, zeker in de aanloop naar assurance.

    Klaar voor de volgende stap

    De invoering van de CSRD betekent niet dat je ineens tot in detail alles moet meten of registreren. Het betekent dat je transparant moet kunnen uitleggen hoe je cijfers tot stand zijn gekomen en dat je dit ieder jaar op dezelfde manier kunt herhalen. Met een overzichtelijk systeem van datastromen, een paar vaste controlemomenten en helder eigenaarschap ontstaat een stevige basis. Niet omdat alles perfect is, maar omdat je inzicht hebt in wat je rapporteert.

    Voor veel organisaties levert dit vooral duidelijkheid en vertrouwen op. Je weet wat je rapporteert, je weet waar de informatie vandaan komt en je weet hoe je het kunt uitleggen wanneer iemand ernaar vraagt. Dat is de kern van aantoonbaarheid. En precies dat is waar de CSRD uiteindelijk om vraagt.

  • Duurzaam? Tot iemand om bewijs vroeg

    Duurzaam? Tot iemand om bewijs vroeg

    Hoe één vraag onze koers veranderde, van intentie naar aantoonbare resultaten

    “Kunnen jullie aantonen hoe duurzaam jullie eigenlijk zijn?”

    Het bleef even stil in de vergaderkamer. De vraag kwam van een vaste klant tijdens wat een routinematige leveranciersaudit had moeten zijn. Op papier stond het bedrijf bekend als duurzaam: groene energie, hergebruik van materialen en lokale leveranciers. Maar nu iemand om bewijs vroeg, viel er een ongemakkelijke stilte. Niemand wist waar de cijfers vandaan kwamen, laat staan of ze controleerbaar waren.

    Dat moment waarin een goedbedoelde duurzaamheidsclaim plots onder druk komt te staan, is herkenbaar voor veel organisaties. Niet omdat ze hun verantwoordelijkheid ontlopen, maar omdat ‘duurzaam werken’ vaak blijft hangen in intenties en losse initiatieven. Tot iemand vraagt om bewijs.

    Van goedbedoeld naar onderbouwd

    Steeds vaker vragen klanten, auditors en toezichthouders niet wat je denkt dat je doet voor het milieu, maar wat je kunt aantonen. Met de Corporate Sustainability Reporting Directive (CSRD) verschuift de lat definitief. Steeds meer organisaties, direct of via keteneisen, moeten werken met aantoonbare duurzaamheidsdata.

    Voor sommige geldt dit al over boekjaar 2024/2025, voor genoteerde kleinere ondernemingen vanaf boekjaar 2026. Dat vraagt om cijfers in plaats van slogans.

    Veel bedrijven hebben duurzame ambities, maar geen meetproces. Daar gaat het mis. Zonder meting blijft duurzaamheid perceptie, geen prestatie. En dat wordt een risico zodra klanten bewijs verwachten.

    Een audit die alles veranderde

    De audit werd een wake-upcall. Eén ogenschijnlijk eenvoudige vraag, “Hoeveel CO2 besparen jullie jaarlijks, onderbouwd per locatie?”, leidde tot een zoektocht door drie verschillende bestanden. De marketingafdeling had percentages in een brochure, maar geen bron. Inkoop kon certificeringen niet verifiëren. En de technische dienst had energiegegevens, maar verspreid over verschillende systemen.

    De auditor was helder: sterke ambitie, maar geen aantoonbaar beleid. Nog belangrijker, de klant koppelde vervolgopdrachten voortaan aan meetbare voortgang. Wat begon als een controle eindigde in een harde les en een kans om het beter te doen.

    Waarom bewijs zwaarder weegt dan belofte

    De tijd dat duurzaamheid vooral een marketingthema was, ligt achter ons. Klanten en toezichthouders verwachten dat organisaties hun claims kunnen onderbouwen. Niet uit wantrouwen, maar omdat ze afhankelijk zijn van betrouwbare data in hun eigen rapportages.

    Duurzaamheid raakt inmiddels direct aan governance, risk en compliance. Dat betekent dat het niet alleen om intenties draait, maar om meetbare resultaten, onderbouwde beslissingen en structurele verbetering. Ook leveranciers worden hier steeds vaker op beoordeeld.

    Wie zijn cijfers niet kan laten zien, verliest niet alleen geloofwaardigheid, maar ook kansen.

    Van losse acties naar een systeem

    Na die pijnlijke audit besloot het bedrijf het anders aan te pakken. Geen losse initiatieven meer, maar een gestructureerde aanpak op basis van ISO 14001, de internationale norm voor milieumanagement. Niet met het doel om te certificeren, maar om duurzaamheid te vertalen naar concreet gedrag en meetbare resultaten.

    Het verschil werd snel zichtbaar. In plaats van te zeggen “we verminderen ons energieverbruik”, werd het doel: “we reduceren ons gasverbruik met 15% binnen twaalf maanden.”

    In plaats van “we scheiden afval beter”, werd het “90% van ons bedrijfsafval wordt gescheiden ingezameld en geregistreerd.”

    Door doelen vast te leggen, verantwoordelijkheden te koppelen en resultaten te monitoren, ontstond iets dat daarvoor ontbrak: aantoonbaarheid.

    Bij de volgende audit lag er geen PowerPoint, maar een dashboard. En het gesprek ging niet langer over beloftes, maar over bewijs.

    Drie pijlers die het verschil maken

    De belangrijkste les: duurzaamheid wordt pas geloofwaardig als het is ingebed in de bedrijfsvoering. Dat vraagt om structuur, niet om grote woorden.

    1. Inzicht – weet waar je impact ligt: energie, afval, transport, inkoop en grondstoffen.
    2. Meten – verzamel data op vaste momenten en uit betrouwbare bronnen.
    3. Verbeteren – stel doelen, wijs verantwoordelijkheden toe en volg acties op.

    Met deze drie pijlers heb je niet alleen de bouwstenen voor audits en CSRD-rapportages in handen, maar ook een organisatie die wet wat werkt.

    De valkuil van greenwashing

    Greenwashing lijkt iets dat alleen grote bedrijven overkomt, maar ook kleinere organisaties kunnen erin verstrikt raken. Eén zin als “wij werken klimaatneutraal” kan al misleidend zijn als er geen bewijs achter zit.

    De Europese Unie werkt aan strengere regels tegen misleidende duurzaamheidsclaims. De richting is helder: claims moeten onderbouwd en controleerbaar zijn, ook als ze in een brochure of op een website staan.

    Wie transparant wil zijn, moet zijn cijfers kunnen laten zien, en dat begint bij structuur.

    Technologie als hulpmiddel, niet als obstakel

    Rapporteren hoeft niet complex te zijn. Het begint met overzicht, niet met zware software. Een toegankelijke GRC-aanpak (Governance, Risk & Compliance) helpt om milieuaspecten, doelen en acties vast te leggen zonder bureaucratie.

    Met zo’n systeem kun je:

    • Milieuaspecten identificeren;
    • Acties toewijzen aan verantwoordelijken;
    • En bewijs centraal opslaan.

    Het resultaat is overzicht, consistentie en minder stress bij audits. Het versterkt bovendien het vertrouwen bij klanten, omdat je data altijd beschikbaar en controleerbaar is.

    Van crisis naar vertrouwen

    Toen de klant een jaar later opnieuw langskwam voor een audit, was de sfeer compleet anders. De cijfers lagen klaar, de doelstellingen waren meetbaar en de voortgang aantoonbaar. In plaats van te verdedigen, ging het gesprek over verbetering.

    De klant zag niet alleen de resultaten, maar ook de transparantie. En dat wekte vertrouwen. Niet omdat alles perfect was, maar omdat alles onderbouwd was.

    Duurzaamheid zonder bewijs is een belofte. Duurzaamheid mét bewijs is een prestatie.

    Conclusie: bewijs is de nieuwe belofte

    Duurzaamheid draait niet langer om de juiste woorden, maar om controleerbare daden. De toekomst is aan organisaties die hun inspanningen kunnen aantonen, volgen en verbeteren.

    Een geloofwaardige duurzaamheidsclaim begint bij structuur: inzicht in je milieu-impact, vastgelegde processen en betrouwbare data. Daarmee voldoe je niet alleen aan regelgeving zoals de CSRD of ISO 14001, maar bouw je vooral aan iets belangrijkers: vertrouwen.

    Begin vandaag met meten wat je al doet. Dat is vaak de eerste stap naar bewijs.

    Lees ook: