Een interne audit werkt pas als mensen durven zeggen wat niet klopt

De interne audit stond keurig ingepland.
De agenda was rondgestuurd.
De documenten lagen klaar.

Iedereen wist wat er gevraagd zou worden. En iedereen wist ook wat het juiste antwoord was.

Op papier klopte alles.

Toch hing er iets ongemakkelijks in het gesprek. Vragen werden netjes beantwoord, maar nergens werd echt stilgestaan bij wat in de praktijk schuurt. Niemand benoemde dat procedures regelmatig worden omzeild omdat ze anders niet werkbaar zijn. Niemand zei hardop dat verbeterpunten meestal verdwijnen zodra de audit achter de rug is.

Niet omdat mensen iets willen verbergen. Maar omdat het gesprek daar nooit over gaat.

Wanneer een audit een toneelstuk wordt

In veel organisaties is de interne audit onbedoeld een toneelstuk geworden. Iedereen kent zijn rol. De auditor stelt voorspelbare vragen. De antwoorden blijven veilig. Het verslag volgt het bekende format. Daarna gaat iedereen weer verder met het dagelijkse werk.

Dat gebeurt zelden uit onwil. Meestal is het zelfbescherming. Een audit voelt als beoordeling, niet als gesprek. Dus zeggen mensen wat van hen verwacht wordt.

Het resultaat zie je terug in auditrapporten die jaar na jaar op elkaar lijken. Dezelfde bevindingen. Dezelfde verbeterpunten. Acties die formeel zijn afgerond, maar inhoudelijk weinig veranderen. Alles lijkt onder controle, terwijl de echte knelpunten buiten beeld blijven.

Het risico zit niet in het missen van een vinkje. Het risico is dat je denkt grip te hebben, terwijl die er in de praktijk niet is.

Wat er niet gezegd wordt, zegt vaak het meest

De belangrijkste signalen komen zelden in auditrapporten terecht. Het gaat over informele werkwijzen die zijn ontstaan omdat processen te complex zijn. Over taken die altijd bij dezelfde persoon blijven liggen. Over controles die bestaan, maar nauwelijks worden uitgevoerd.

Juist deze zaken bepalen hoe volwassen een organisatie werkelijk functioneert.

Als een audit alleen bevestigt wat al op papier staat, blijft leren uit. Dan wordt de audit een herhalingsoefening in plaats van een reflectiemoment.

De audit als moment van reflectie

Een interne audit hoeft geen test te zijn. Het kan ook een pauzemoment zijn. Een moment om samen te kijken naar hoe het werk echt loopt.

Niet met de vraag of alles voldoet, maar met de vraag of iedereen begrijpt wat er gebeurt.

Dat vraagt om een andere houding. Minder gericht op bevestiging. Meer gericht op context. Minder nadruk op formuleringen. Meer aandacht voor ervaringen.

In organisaties waar veel kennis in hoofden zit en verantwoordelijkheden overlappen, is dit extra belangrijk. Juist daar komen risico’s niet vanzelf boven water.

Waarom eerlijkheid spannend blijft

Eerlijk zijn in een audit is spannend. Wat gebeurt er als je zegt dat iets niet werkt? Wordt dat gezien als falen? Heeft het gevolgen? Of verdwijnt het toch weer in een verslag zonder opvolging?

Als die vragen onbeantwoord blijven, kiezen mensen voor voorzichtigheid. Ze zeggen liever wat veilig is dan wat waar is.

De toon wordt hierin vaak van bovenaf gezet. Als audits vooral dienen om te laten zien dat alles onder controle is, ontstaat geen ruimte voor openheid. Een auditcultuur waarin fouten benoemd mogen worden, moet actief worden opgebouwd.

Wanneer audits wél waarde opleveren

In organisaties waar audits echt iets opleveren, ziet het gesprek er anders uit. Niet alles hoeft meteen opgelost te worden. Maar wat besproken wordt, wordt serieus genomen.

De audit wordt geen eindpunt, maar een startpunt. Niet verdedigen, maar begrijpen. Niet uitleggen waarom iets klopt, maar onderzoeken waarom iets wringt.

Dat maakt de audit minder spannend en tegelijkertijd waardevoller.

Van auditmoment naar governance-instrument

Wanneer een interne audit zo wordt ingezet, verandert de rol ervan. Het wordt geen verplicht nummer, maar een vast moment om richting te bepalen.

Dat betekent ook dat uitkomsten niet verdwijnen in een la. Niet alles hoeft direct opgepakt te worden, maar wat besproken is, moet terugkomen in keuzes en prioriteiten.

Veel organisaties doen hier te weinig mee. Verbeterpunten worden vastgelegd, maar verdwijnen in de dagelijkse drukte. Daarmee ondermijn je het vertrouwen in het proces. Waarom open zijn, als er toch niets verandert?

Governance begint bij serieus nemen wat je hoort.

Vastleggen en opvolgen zonder schijnzekerheid

Vastleggen helpt, mits het ondersteunend is aan het gesprek. Niet om controle te versterken, maar om geheugen te creëren. Wat vonden we belangrijk? Wat spraken we af? Wat betekent dit voor hoe we werken?

Opvolging hoeft niet zwaar te zijn. Maar het moet zichtbaar zijn. Wanneer mensen merken dat signalen uit audits daadwerkelijk terugkomen in besluiten, verandert de dynamiek. Dan wordt eerlijkheid minder risicovol.

Waar tooling ondersteunt en waar niet

Systemen kunnen helpen bij overzicht, vastlegging en opvolging. Zeker wanneer audits structureel worden ingezet.

Maar geen enkel systeem creëert vertrouwen. Geen tool dwingt openheid af. Dat blijft mensenwerk.

Systemen ondersteunen gedrag. Ze vervangen het niet.

De kern

De waarde van een interne audit zit niet in het verslag, maar in de ruimte om te zeggen wat niet klopt. In de bereidheid om te luisteren zonder direct te oordelen. En in het zichtbaar serieus nemen van wat wordt uitgesproken.

Een interne audit werkt pas echt als het gesprek belangrijker is dan de vorm. Pas dan wordt het een instrument voor richting in plaats van een verplicht moment. En daar begint echte governance.

Verder lezen

Reacties

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *