We waren ervan overtuigd dat alles keurig op orde was. De documentatie stond netjes bijgewerkt, het risicoregister was volledig en onze GRC-tool gaf een overzicht dat er geruststellend uitzag. Processen, maatregelen, acties: alles was ingericht. Op papier leek de organisatie strak en betrouwbaar. Tot de dag van de interne audit.
De auditor keek naar een maatregel, draaide zich naar ons om en stelde de eenvoudigste vraag die je kunt bedenken: “Wie is hier verantwoordelijk voor?”
Niemand antwoordde.
De stilte was niet vijandig of ongeïnteresseerd, maar ongemakkelijk en pijnlijk herkenbaar. Iedereen dacht dat iemand anders het zou oppakken. De auditor hoefde verder niets te zeggen. Het echte risico zat niet in een ontbrekend document of een fout in de tool. Het zat in ons gedrag.
Op dat moment werd duidelijk dat structuur zonder eigenaarschap geen controle oplevert, maar schijnzekerheid.
De stille aannames die werkprocessen ondermijnen
In organisaties waar mensen meerdere verantwoordelijkheden dragen, ontstaan onbewust aannames. Wat niet expliciet is toegewezen, wordt stilzwijgend doorgeschoven. Dat werkt zolang er geen echte druk op staat. Tot een audit, incident of klantvraag dat patroon blootlegt.
Een treffend voorbeeld was het intrekken van toegang bij offboarding. De procedure was zorgvuldig beschreven. De taak verscheen automatisch in de GRC-tool. Maar in de praktijk ging het mis. IT dacht dat HR het signaal zou geven. HR dacht dat teamleads dit zouden melden. Teamleads dachten dat IT monitoring had.
De taak bestond wel, maar het eigenaarschap niet. Het was een maatregel die “in het proces zat”, maar niet in ons werkritme. In de blog Van risicoanalyse naar actie lieten we eerder zien hoe kritisch het is dat processen niet alleen bestaan, maar ook gedragen worden. Dit voorbeeld bevestigde dat opnieuw
Hoe de audit een spiegel werd
De auditor bladerde verder en wees op een actie die al maanden openstond. “Waarom is deze niet opgevolgd?” vroeg hij.
Het antwoord was niet in een document te vinden. Het zat in onze gewoontes. De auditor testte niets technisch. Hij testte de meest onderschatte laag van compliance: gedrag.
Het deed denken aan een eerdere blog, Wat er gebeurde toen onze auditor onaangekondigd langskwam, waarin duidelijk werd hoe snel paniek ontstaat wanneer aantoonbaarheid en uitvoering niet één geheel vormen. Nu zaten we opnieuw op dat punt. Niet omdat processen ontbraken, maar omdat ze niet leefden. De audit maakte zichtbaar dat onze aanpak vooral vanuit structuur was georganiseerd, maar weinig vanuit praktijkgedrag.
Waarom dit patroon zo vaak voorkomt
Veel organisaties herkennen dit zonder het hardop te zeggen. Zeker wanneer dezelfde mensen klantafspraken, projecten, audits en interne controles combineren. Processen worden dan wel ingericht, maar niet verankerd. Documentatie wordt bijgewerkt omdat het moet. Acties worden aangemaakt omdat het hoort. Maar de vraag wie voelt zich eigenaar? blijft impliciet.
In een eerdere blog, Van Excel naar overzicht, zo kies je voor GRC-software, lieten we zien dat tooling werkt wanneer gedrag meegroeit. Het auditmoment bewees hoe waar dat is: geen enkele tool kan compenseren voor onduidelijke afspraken of ontbrekend eigenaarschap.
De omslag naar echt eigenaarschap
We besloten het anders te doen. Niet door extra lagen structuur toe te voegen, maar door bestaande processen eenvoudiger en persoonlijker te maken.
We begonnen met één praktische verandering: per maatregel één eigenaar. Niet een afdeling, maar een persoon. Dat maakte opvolging concreet. Iemand wist voortaan: dit hoort bij mij.
Daarna creëerden we een vast ritme. Korte, maandelijkse check-ins waarin we procesuitvoering bespraken. Geen lange vergaderingen. Geen presentaties. Gewoon de vraag: “Wat loopt goed? Wat loopt stroef?” Dankzij die eenvoud schoof opvolging niet meer van agenda naar agenda, maar kreeg het een vaste plek.
Ook herschreven we onze procedures. Minder formele taal, meer voorbeelden uit het werk. Dat lijkt klein, maar het had een groot effect. Mensen die begrijpen wat iets oplevert, voeren het sneller uit. In onze blog ISMS in de praktijk: beleid dat wél werkt beschreven we al hoe begrijpelijke taal het verschil maakt tussen naleven en nalezen.
Tot slot maakten we melden normaal. Soms is een twijfel of een kleine fout waardevoller dan een incidentmelding. Zodra medewerkers dat merkten, ontstond er meer openheid. Problemen kwamen eerder naar boven en verbeteringen volgden vanzelf.
Deze vier stappen maakten de basis sterker. Niet omdat we meer deden, maar omdat we bewuster deden.
Hoe dat zichtbaar werd bij de volgende audit
Een paar maanden later stond dezelfde auditor weer voor de deur. Hij merkte het verschil direct. We konden helder uitleggen wie verantwoordelijk was voor welke maatregelen. We konden onderbouwen waarom iets gedaan was, of juist niet. Bevindingen uit voorgaande audits waren aantoonbaar opgevolgd.
Niets daarvan voelde geforceerd. Het was simpelweg logisch geworden. Omdat eigenaarschap logisch was geworden.
Veel organisaties denken dat audits ingewikkeld zijn, maar vaak zijn ze vooral een spiegel. Dat zagen we eerder in de blog Klachten zijn geen fouten, maar wij behandelden ze wel zo, waarin de essentie duidelijk werd: aantoonbaarheid zit niet in formulieren, maar in gedrag.
Dat herhaalden we nu in de praktijk. De auditor hoefde ons nauwelijks meer te corrigeren. Hij hoefde alleen te constateren dat dingen op hun plek waren gevallen.
Het echte risico: gedrag zonder richting
Een organisatie kan alles op orde hebben op papier, maar als niemand iets voelt als “van hem of haar”, ontstaan er blinde vlekken. Die vlekken worden pas zichtbaar wanneer er druk ontstaat. Bij een audit . Een incident. Een klantvraag.
Gedrag zonder richting is het grootste risico dat vaak als laatste wordt gezien. Terwijl het tegelijk de meest voorspelbare oorzaak is van afwijkingen, vertragingen en gemiste maatregelen.
In de blog Waarom alles in Excel netjes lijkt, tot je iets moet terugvinden beschreven we hoe gebrek aan structuur leidt tot chaos. Het omgekeerde is net zo waar: structuur zonder gedrag leidt tot schijnzekerheid. De vorm is er, maar de inhoud niet.
Conclusie
Compliance komt niet tot leven door systemen of documenten, maar door mensen die hun rol begrijpen en serieus nemen. Structuur is de basis. Gedrag geeft het betekenis. Eigenaarschap maakt het betrouwbaar.
De organisaties die dat doorhebben, zijn niet per se organisaties met meer middelen. Het zijn organisaties waar verantwoordelijkheden klein en duidelijk zijn, waar opvolging ritme heeft en waar medewerkers signalen durven te geven.
Daar ontstaat aantoonbaarheid. Daar ontstaat vertrouwen. Daar ontstaat controle zonder kramp.
En precies daar begint echte compliance.









